brandpunt+
brandpunt+

Goedbeschouwd begrijpt niemand iets van de wereld om ons heen, zegt deze hoogleraar

Door Jeroen Pen - in Brandpunt+

Maar desalniettemin: welkom in het tijdperk van de stelligheid.

‘Journalists have a habit of trying to package four or five unrelated events as a meaningful trend’, schreef een scribent die ik bewonder eens. Het is inderdaad een risico dat journalisten en andere beroepsduiders met enige regelmaat lopen. Al te gretig op zoek gaan naar wat de tijd waarin wij leven definieert, levert vaak hilarische misperen op. Hoe vaak is bijvoorbeeld de hipster – wat dat ook precies wezen mag – doodverklaard? Of hoe vaak zijn millennials al kunstmatig in een mal gepropt, terwijl later bleek dat de ons toegedichte eigenschappen niet geheel stroken met de realiteit?

Toch wil ik bij dezen een duit in het zakje doen. Volgens mij leven we namelijk in het tijdperk van de stelligheid.

Waarom? Welnu, ik kan dit natuurlijk het best zonder uitgebreide argumentatie stellig beweren, want anders ondergraaf ik mijn eigen stelling enigszins. Maar goed: lees maar eens een willekeurige Facebook-discussie onder een berichtje over, ik noem maar wat, de vluchtelingencrisis, de islam, (de)nivellering, de media of voor mijn part de laatste plaat van Justin Bieber. Stelligheid alom, iedereen weet ’t het beste, en iedereen weet dat ook nog eens buitengewoon zeker. Dat roept de vraag op: hoe kan het dat iedereen het beter weet dan iedereen? Hoe kunnen we überhaupt van zoveel dingen zoveel begrijpen?

Over die vragen publiceerde hoogleraar in de cognitieve en psychologische wetenschappen Steven Sloman met zijn kompaan Philip Fernbach eerder dit jaar een boek, The Knowledge Illusion getiteld. Reden genoeg eens met de goede man te bellen, kortom.

Steven, dank dat je tijd voor ons hebt. Wat houdt die knowledge illusion precies in?

“De knowledge illusion is het gegeven dat mensen denken dat ze beter begrijpen hoe dingen werken dan ze daadwerkelijk doen. Dat geldt voor simpele dingen als een ballpoint of een rits, en het gaat ook op voor complexere materie als politiek beleid.”

Wablief?

“Wacht, ander voorbeeld. De kans dat jij weet hoe een wc werkt, is klein.”

Oh?

“Onderzoek laat zien: als je mensen vraagt of ze weten hoe een wc eigenlijk werkt, zeggen ze bijna altijd ja. Maar als je ze daarna vraagt of ze het precies uit kunnen leggen, volgt gestamel. Wat blijkt: de meeste mensen hebben geen idee, hoewel ze minuten daarvoor nog beweerden het onder de knie te hebben. Raar is dat niet. Je hebt nooit een wc hoeven maken of demonteren, dus waarom zou je? Je kent een loodgieter, en diens aanwezigheid verwar je met je eigen kundigheid. Zo zijn we nou eenmaal geprogrammeerd.”

Op zich is het natuurlijk geen ramp dat ik mijn kennis van waterclosets overschat.

“Nee, maar we hebben het effect vaak gerepliceerd, en mensen werken op veel vlakken waar het wél een probleem is ook zo. Onze voornaamste bijdrage is dat we hebben aangetoond dat het ook opgaat voor politiek. We denken allemaal dat we beleid begrijpen, dat zeggen mensen ook als je het aan ze vraagt. Maar als je dan doorvraagt hoe de vork precies in de steel zit, hebben ze er choquerend weinig zinnigs over te melden. Waarom ze dan toch zo stellig zijn? Ze volgen hun leiders, die het op hun beurt ook niet helemaal begrijpen, want die lijden evengoed aan de knowledge illusion.”

Wat is daar het grootste gevaar van, denk je?

“Nou, we leven allemaal in een gemeenschap van kennis, dat is geen ramp. Onze moderne beschaving is daar op gebouwd: de één kan dit, de ander dat. Als je een huis moet bouwen, vraag je verschillende deskundigen met verschillende expertises om hulp. Bij dat soort praktische zaken is er nog geen man over boord. Alleen, als een ballpoint of een wc al te ingewikkeld voor ons is, hoe moeten we dan de gevolgen van klimaatbeleid overzien?”

“Het probleem is: we begrijpen niet hoe weinig we begrijpen van de wereld die ons omringt. We verwarren onze eigen kennis namelijk continu met de kennis van anderen. Mensen denken dat ze een politiek beleidsstuk begrijpen omdat de mensen om hen heen die zeggen te begrijpen, terwijl die het weer zeggen te begrijpen omdat de mensen om hen heen het zeggen te begrijpen. En zo is iedereen druk bezig met het versterken van het gevoel dat ze het begrijpen, terwijl niemand er daadwerkelijk veel van begrijpt. Het gevaar is dan ook: de fundamentele overtuigingen van politieke groepen zouden weleens luchtkastelen kunnen zijn. Maar wel luchtkastelen die we met hand en tand verdedigen, als het er op aankomt.”

Het valt me op dat mensen zo stellig zijn over beladen onderwerpen.

“Ja, omdat hun omgeving dus stellig is, en wij weer denken dat hun kennis onze kennis is. Wij denken dat kennis in ons hoofd zit, alsof het een orgaan is waar we mee geboren zijn. Terwijl kennis juist overal om ons heen is: op het internet, bij andere mensen, in voorwerpen die we gebruiken. Alleen dat negeren we, waardoor we stellig worden.”

Oké, duidelijk. Wat kunnen we eraan doen?

“In onze experimenten gebruikten we het voorbeeld van internationale sancties tegen Iran. We vroegen mensen hoe goed ze de gevolgen van zo’n policy begrepen. Ze gaven tamelijk hoge cijfers. Daarna vroegen we: oké, leg eens stap voor stap uit hoe dit beleid zou leiden tot die gevolgen? Wat is de causale verklaring daarvan? Je voelt hem al aankomen: daar kwam weinig van terecht. Daarna vroegen we ze nogmaals hun begrip van de kwestie te becijferen. Het resultaat was veel lager dan voorheen, we hadden hun knowledge illusion lek geprikt. En dat is niet alles. Door te vragen naar causale verbanden, verkleinden we hun zelfvertrouwen en stelligheid. Ze werden minder extreem, of ze nou voor of tegen sancties waren. Met andere woorden: door te vragen naar een causale uitleg, reduceerden we polarisatie.”

Dat lijkt me een gouden greep, anno 2017.

“Ja, en zo nadrukkelijk met consequenties en causale verbanden bezig zijn, is doorgaans niet wat we doen als we met elkaar praten. Normaal gesproken zeggen we wat we goed of fout vinden, of repliceren we wat ons verteld is over goed en kwaad, of concentreren we ons op waar we in geloven, wat strookt met onze waarden. Politici doen dat vaak. Ze focussen niet op de gevolgen van beleid, maar vertellen waar ze in geloven, en waarom beleidsstuk A in lijn is met dat geloof. Ongeacht wat de daadwerkelijke gevolgen ervan zijn.”

Iets anders. Je refereerde er net al aan: in je boek schrijf je dat we altijd in groepen denken, in de kennis van onze eigen gemeenschap.

“Ja, daar is vanuit veel wetenschappelijke disciplines bewijs voor. Denken doen we niet in ons hoofd, denken doen we met een gemeenschap. Zo werkten dat al toen we jagers waren, ons denken stellen we continu af op onze omgeving. En dat geldt niet alleen voor denken, het gaat ook op voor ons geheugen.”

Hoe bedoel je?

“Stel, jij zit thuis met een vriend, die toevallig een wijnkenner is. Je buurman komt binnen, en vertelt over een heerlijke nieuwe wijn die hij heeft ontdekt. Uit onderzoek blijkt dat jij dan niet onthoudt wat er verteld wordt, omdat je vertrouwt op je vriend de wijnkenner. Zie je wat er gebeurt? Als het niet appelleert aan je eigen kennis, vertrouw je het blind toe aan een ander. Iedereen focust op zijn eigen expertise, hoe gering die ook is. Moet ook wel, want de wereld is gecompliceerd. Er moet veel werk gebeuren, dus laten we experts hun expertise beoefenen. Dat heet de division of cognitive labour. We zijn afhankelijk van een expert op een bepaald gebied, of dat nu een loodgieter of een politicus is. En wat diegene zegt, praten we vervolgens stellig na.”

Maar wie bepaalt of iemand daadwerkelijk een expert is?

“Daar zit het voornaamste probleem van de gemeenschappen van kennis waarin wij leven. Als we blind vertrouwen op de expertise van mensen in onze omgeving – wie controleert dan of die expertise er eigenlijk wel is? Ik ben nu toevallig op een conferentie over dit onderwerp. Want wat blijkt: er is veel data die suggereert dat Democraten wetenschappers als experts zien, terwijl Republikeinen juist weinig vertrouwen hebben in diezelfde wetenschappers.”

Dat klinkt een tikkie grof, eerlijk gezegd. Er zijn toch genoeg Republikeinen die wél in wetenschap geloven?

“Nou ja, wacht, je hebt gelijk, ik druk me onhandig uit. Er zijn natuurlijk buitengewoon veel Republikeinen die hun experts gewoon vinden in een betrouwbare journalistieke titel als The Wall Street Journal. Die waarderen wetenschap evenzeer als veel Democraten. Het gaat beslist niet om alle Republikeinen, maar om enkele subgroepen. Trump-adepten, of aanhangers van de ultraconservatieve Tea Party, die hebben weinig op met wetenschap. Voor hen zijn experts: televisiepresentatoren met een grote mond, van Fox News bijvoorbeeld. Hoewel, die staan vaak nog een niveau boven de experts."

Hoe dat zo?

“Het gaat niet zozeer om wie een expert is, als wel om wie een thought leader is voor een bepaalde gemeenschap. Zij bepalen namelijk de overtuigingen, normen en waarden van die gemeenschap. Voor de ene groep is God of de kerk thought leader, voor de ander een talkshowhost met een grote waffel, sommigen volgen blind één politicus, en in andere gemeenschappen zijn wetenschappers of filosofen weer thought leaders. De kern van het boek is: mensen zijn geen rationele verwerkers van informatie. Het is niet alsof we op bewijs stuiten en op basis daarvan onze overtuigingen formuleren. Integendeel, we schikken ons gevoeglijk naar onze eigen gemeenschap. Mensen leren waar hun gemeenschap zich mee identificeert, waar hun gemeenschap in gelooft. Om zich dat vervolgens toe te eigenen en er, gesterkt door thought leaders en vermeende experts, zelden van af te wijken.”

Tot slot nog even los van thought leaders: hoe herken je een expert? Hoe bescherm ik mezelf als wij strakkies ophangen tegen mijn eigen denkpatronen?

“Er is een aantal kenmerken. Bewijs dat iemand in het verleden goed advies heeft gegeven of zich anderzijds heeft bewezen, is er één. Daar bestaat natuurlijk ook een officiële vorm van: accreditatie door een institutie. Een hoogleraar in de vroeg-middeleeuwse Nederlandse literatuur aan een gerenomeerde universiteit weet waarschijnlijk veel van vroeg-middeleeuwse Nederlandse literatuur, daar kun je van op aan. Maar ja, daar hebben mensen die niet in wetenschap geloven weinig aan.”

“Het is ook handig om op iemands zelfverzekerdheid te letten. Experts zijn namelijk helemaal niet zo overdreven of opgeblazen, die geven juist gematigde antwoorden. Dus als iemand in een tv-reclame zegt: ‘Neem deze pillen en je wordt nooit meer ziek, dit is het beste ooit’ – dan kun je ervan uitgaan dat het geen expert is. Want experts hebben juist de neiging nuances aan te brengen, en zijn zich bewust van hoe ingewikkeld de wereld is. Het is natuurlijk niet altijd zo, maar in de regel zijn echte experts minder stellig dan kwakzalvers.”

Kun je dat met stelligheid zeggen?

[lacht] “Ik ben bang van wel, ja.”

Headerillustratie: onze beeldbaas Hannah Vischer