brandpunt+
brandpunt+

De robots komen eraan – dit is wat ons te wachten staat, voorspelt een socioloog

Door Pete Wu en Hannah Vischer - in Brandpunt+

Uh-oh, daar komen ze aan marcheren: robots en de klimaatcrisis, hand in hand. Wat nu? De Amerikaanse socioloog Peter Frase schetst vier toekomstscenario's – die variëren van een toekomst waarin we met z'n allen kumbaja zingen tot miljarden doden.

Jongens, er doemen wat zaken op aan de horizon. Zo komen de robots onze kant op gesprint, en springt het zeespiegelniveau sneller omhoog dan de gemiddelde tiener nadat iemand ‘THE FLOOR IS LAVA!’ tegen ze heeft geroepen. Daarnaast zegt de slimste man ter wereld, professor Stephen Hawking, in de nieuwe BBC-serie Expedition New Earth: laten we in vredesnaam binnen honderd jaar deze aftakelende planeet achterlaten, want anders is het te laat.

Maar wat gebeurt er als we wél blijven, hier op aarde?

In zijn nieuwste boek Four Futures: Life After Capitalism speculeert de New Yorkse socioloog en schrijver Peter Frase erop los over wat de toekomst gaat brengen. Twee grote veranderingen die nu al plaatsvinden, zouden de oorzaken zijn voor de noodzaak van een nieuwe maatschappij: klimaatverandering en de robotisering van de wereld.

Frase gaat er in zijn boek vanuit dat de automatisering oneindig doorgaat, maar we moeten denken aan twee variabelen: hoe gaan we om met de klimaatverandering en wie heeft de macht – een kleine elite (zoals nu) of de massa?

Peter, waarom heb je dit boek geschreven?

“Ik ben zelf niet goed in fictieverhalen schrijven en als wetenschapper dacht ik: ik wil iets schrijven over mijn twee belangrijkste inspiratiebronnen, het marxisme en sciencefiction. Een van de uitgangspunten van dit boek is het idee dat automatisering en robots menselijke arbeid gaan vervangen. Karl Marx zag een kapitalistische, productieve maatschappij vol welvaart voor zich, die goeddeels werd gedomineerd door een kleine elite. Volgens hem kunnen we deze maatschappij op revolutionaire manier veranderen: we gebruiken die welvaart zodat we niet meer hoeven te werken en meer vrije tijd hebben, in plaats van om de rijken nog rijker te maken. Eigenlijk gaat het er dus om hoe je de nieuwste technologieën gebruikt om verandering te realiseren.”

“Dat gebeurde al in de sciencefictionboeken en stripboeken die ik las als kind en in de serie Star Trek: The Next Generation. In die verhalen nemen robots en machines het werk van ons over. In Star Trek hebben ze bijvoorbeeld de 'replicator' [een machine die alles gratis kan creëren zonder milieuvervuiling of energieschaarste, red.]. Hoofdrolspeler kapitein Jean-Luc Picard zegt gewoon: ‘Thee, heet, Earl Grey’ , en hij krijgt ‘t direct. Mensen in die wereld zijn vrij om te doen en te worden wat ze willen; je kunt kiezen voor vechten met phasers tegen aliens, maar je hoeft er niet voor te kiezen. Dat was het startpunt. Ik mixte marxisme en sciencefiction, tot een soort social sciencefiction.”

Je noemt automatisering als een constante en klimaatverandering en de politieke situatie als twee variabelen.

“Ja.”

Leg uit?

“In mijn boek presenteer ik een extreme versie van een idee, namelijk die van massarobotisering, algoritmes en robots die banen afpakken en op sommige punten mensen onnodig maken. In de loop der tijd keren bepaalde angsten voor Artifical Intelligence (AI), technologie en robotisering in een kapitalistische maatschappij steeds terug. Maar stel je voor dat we, zoals in Star Trek, replicators en gratis schone energie hebben. Dan kunnen we denken in variaties en schalen waar ik het langs kan leggen.”

“De ene schaal is die van de ecologische kwestie: klimaatverandering, maar ook grondstoffentekort, een complexe druk op de natuurlijke omgeving. Automatisering en robots spelen daar een rol in: aan de ene kant van de schaal heb je een overvloed aan schone energie, gecreëerd door robots. Aan de andere kant zou het ook kunnen dat de aarde niet meer te redden valt.”

Dus even denken: qua klimaatverandering kijken we of de robotisering de onstopbaar geachte vernietiging van de aarde helemaal kan afwenden en daar ongelimiteerd schone energie uit produceert (overvloed), of dat het niet lukt en er wel energie wordt geproduceerd, maar in beperkte mate (schaarste).

“Ja.”

Fijn. En de politieke schaal?

“Dat is het aspect dat steeds wordt vergeten in heel veel discussies over robotisering en technologie, met name de klassenstrijd. Wordt het de elite die de eigen rijkdom behoudt en uitbouwt, of krijgen we een wereld waarin iedereen dezelfde voordelen en privileges van de nieuwste technologie geniet?”

Laten we naar de eerste toekomst gaan, dat wat jij communisme noemt: werken is niet nodig want robots produceren alles, inclusief schone energie (overvloed), en we genieten daar met z’n allen van (gelijkheid) en hebben meer tijd over om voor elkaar te zorgen. Klinkt fantastisch!

“Dat is mijn droom inderdaad, wat ik al eerder als de Star Trek-wereld beschrijf: je hebt je replicator, je hebt geen honger, je hoeft geen baan te zoeken en je vindt dat waar je voldoening uit haalt. Nu horen we steeds: je moet iets zoeken wat je leuk vindt. Maar in de context van het kapitalisme is dat een leugen, want mensen werken niet omdat ze het leuk vinden, maar omdat ze het geld nodig hebben. In deze communistische maatschappij is dat niet zo: je kiest ervoor om rond te vliegen in je ruimteschip of een wijngaard in Zuid-Frankrijk te beginnen.”

Bestaat er in dit scenario dan helemaal geen conflict?

“Ja, hiërarchie zal helaas nooit helemaal verdwijnen. Racisme, seksisme en machtsworstelingen zullen altijd blijven bestaan. Maar mijn idee van communisme is niet dat het verdwijnen van menselijke arbeid alle sociale conflicten doet verdwijnen, maar dat er één conflict blijft bestaan: die van het kapitalistische metafoor. Ik zeg niet dat de wereld die ik me voorstel zonder problemen is, alleen dat de problemen van een aangenamer aard zullen zijn.”

Je noemt binnen het communisme ook het basisinkomen als een middel.

“Ja, ik gebruik dat door het boek door. Het is een interessante en steeds populairder gespreksonderwerp geworden als oplossing voor het idee dat mensen steeds minder makkelijk werk kunnen krijgen door de robotisering.

“Het zegt eigenlijk: we zijn een welvarende maatschappij, we kunnen op politiek en moreel vlak besluiten om iedereen het recht op een bepaalde levensstandaard te geven. Maar daarbij moet je wel afbreuk doen aan het idee dat mensen het leven betekenis geven door te werken of dat iemand je betaalt om iets te doen. Dat kan moeilijk zijn.”

In de tweede toekomst, het ‘rentisme’, blijft een kleine elite juist aan de macht in een wereld van totale robotisering en overvloed. Hoe werkt dat?

“Door de robotisering hoeven mensen niet meer te werken, maar de elite heeft deze mensen nog nodig om ze geld te betalen. In de wereld van het rentisme patenteert en bezit deze elite daarom alles, ook ideeën en intellectueel bezit. Zo komt het geld terug in de vorm van licenties en toeslagen en blijft de regerende klasse aan de macht.”

Maar als mensen niet meer hoeven te werken…

“Nou, je hebt nog mensen nodig die producten kunnen bedenken die gepatenteerd kunnen worden. Je hebt een leger aan marketingmensen nodig om al die verschillende producten te verkopen, je hebt advocaten nodig want iedereen gaat elkaar de hele tijd aanklagen om de patenten, en je hebt rechters. politiemacht en gevangenissen nodig om de mensen die zich niet aan de patentwetten houden te veroordelen.”

En je derde idee, het socialisme?

“Bij een socialistische toekomst kijk je naar de andere kant van de ecologische schaal: de schaarste moet op grote globale schaal worden aangepakt. Kim Stanley Robinson is een ecosocialistische sciencefictionschrijver die nadenkt over hoe een maatschappij eruitziet na het kapitalisme en hoe je de aarde opruimt. Dan kan je bijvoorbeeld een dienstplicht instellen waarbij iedereen de restanten van de verwoeste aarde opruimt. Dat moet democratisch worden bepaald. Daarom is planning zo belangrijk in deze maatschappij. In de twintigste eeuw ging dat socialistische idee van plannen over arbeid: wie werkt in welke fabrieken en hoe worden ze gedistribueerd. Ik gebruik dat voor een soort ecologische planning.”

Laten we naar het laatste scenario gaan, de duisterste van de vier: exterminisme.

“Het is de duisterste, maar niet voor 0,01% van de wereldbevolking. We draaien het perspectief weer om: we hebben onze ecologische grenzen bereikt, de oceanen stijgen, we hebben bijna geen grondstoffen meer. We kunnen dan wel replicators zoals in Star Trek hebben, maar we hebben gewoon niet energie of grondstoffen om die aan alle zeven miljard mensen op aarde te geven. Dus wat doe je dan?”

“In een kapitalistische maatschappij zoals die van de huidige tijd bestaat er afhankelijkheid tussen werkgevers en werknemers: kapitalisten hebben werknemers nodig om hun winkels en fabrieken te vullen, anders kunnen ze niets produceren. De werknemers hebben zelf niet de middelen om iets te maken, maar moeten hun arbeid verkopen om te overleven en daarom werken ze voor de kapitalisten. Maar in deze exterministische maatschappij is alles geautomatiseerd en bestaat deze afhankelijke relatie niet meer. “

Klinkt gevaarlijk.

“Ja, voor de werkende massa. Vroeger konden ze gaan staken om de werkgevers te dwingen iets te veranderen. Maar als robots al alles doen en de rijke mensen zich terugtrekken, blijft de rest achter in toenemende misère. Ik noem in mijn boek de film Elysium, waarin een aantal rijke mensen op een ruimteschip zit en door een wondermiddel voor altijd kunnen leven. Daarbeneden, op aarde, is complete chaos en de rest van de mensen.”

“Het lijkt een typisch dystopisch verhaal, waarin de elite de massa uitbuit zoals in de boeken van The Hunger Games, maar als je echt kijkt, is er iets anders aan de hand: de mensen op aarde maken niets wat de elite in het ruimteschip nodig hebben. Ze maken alleen maar wapens om elkaar te onderdrukken en om de politie te bewapenen die de rebellen tegenhouden. Dat leidt tot de vraag: waarom zou de elite zich nog bekommeren om de massa? De rijke mensen zijn dus uit op een genocide, want ze hebben de massa niet nodig. Moderne technologie leidt ook tot een bepaalde afstand: een dronepiloot in Nevada die op afstand Afghanistan bombardeert, voelt iets anders dan iemand die mensen van dichtbij neerschiet.”

Ik wil niet dat we negatief eindigen, maar zou dit de meeste realistische zijn? Gaan we hier al naartoe?

“Zoals ik al zeg, of sciencefictionschrijver William Gibson eigenlijk: de toekomst is er al, het is alleen oneerlijk verdeeld. Ik geloof echt dat in elk van deze vier toekomsten een aspect van het heden zit. Dus ja, je kunt zeggen dat het exterminisme de meest prominente van de vier is. Maar het doel van dit boek is om mensen niet alleen een dystopische visie te geven, maar ook om aan te geven dat we een keuze hebben.”