brandpunt+
brandpunt+

We vroegen drie ex-gedetineerden hoe ingrijpend alles veranderd bleek toen ze vrijkwamen

Door Jamie Schemkes - in Brandpunt+

Daar sta je dan kou te kleumen op een verlaten bushalte, met een strippenkaart in je hand en geen mogelijkheid om in te loggen op je voorheen zo zorgvuldig onderhouden Hyves.

In 2008 zat ik in de vierde klas van het DaVinci college in Leiden. Bij het vak maatschappijleer kregen we een gastles van een ex-gedetineerde. Hij was een draaideurcrimineel: iemand die meerdere malen, waarvan één keer betrekkelijk lang, vast had gezeten voor allerhande louche praktijken. De eindscore: 15 jaar in de bak, en een poosje tbs. Hij vertelde, en wij, 25 puberale havisten, veranderden in een oorverdovend stilteorkest. Wat me daarvan is bijgebleven, is zijn beschrijving van hoe het was om vrij te komen na zo’n lange tijd. Dat hij het gevoel had de maatschappij nooit helemaal te hebben ingehaald, omdat hij er te lang tussenuit was geweest en er te veel was veranderd.

Met enige regelmaat denk ik nog terug aan die middag, en hoe snel de wereld kan veranderen als je er wegens misdragingen even geen deel van kan uitmaken. Daarom sprak ik ex-gedetineerden over hun terugkeer in de samenleving. Wat doet zo’n gat, een tijdcapsule van enkele jaren met je? Hoe verbazingwekkend snel verandert onze wereld in de ogen van iemand die een soort verplichte, langdurige winterslaap heeft moeten doen? En vooral: zijn er dingen die we kunnen leren van mensen die lang vast hebben gezeten? Drie ex-gedetineerden werkten mee, op voorwaarde dat ze niet expliciet over hun misdaden hoefden te spreken.

Marion (51), zat 7.5 jaar vast

“Je merkt aan kleine dingen dat je een lange periode hebt gemist. Voor ik vast kwam te zitten, gebruikte ik bijvoorbeeld nog een strippenkaart. Nu stond ik voor zo’n NS-apparaat, en kocht ik steeds opnieuw per ongeluk een anonieme OV-chipkaart. Ik kwam niet eens aan het opladen toe, omdat die rij zuchtende mensen achter me steeds langer werd. Om hulp vragen? Nee, dat durfde ik niet. Op een gegeven moment had ik drie OV-chipkaarten thuis liggen, alledrie zonder saldo omdat het niet lukte ze op te laden. Nog zoiets: voor mijn straf had ik nog een Nokia 3310. Toen ik vrijkwam, kreeg ik van mijn dochter zo’n kreng met apps en een touchscreen, en moest ik op de wifi. Het voelde alsof iedereen in geheimtaal sprak met elkaar. Nu ken en begrijpt ik het allemaal wel, maar dat heeft even geduurd.”

“Ik heb amper moeten wennen toen ik vrijkwam. Het scheelde dat ik er al lang naar uitkeek en mee bezig was. In de gevangenis keek ik elke dag het journaal. Ik wilde eenmaal buiten natuurlijk wel weten wie onze minister-president was.”

“Waar ik vooral tegenaan liep, was een nieuwe basis opbouwen. Hoe krijg ik een huis? Een bankrekening? Hoe regel ik zo snel mogelijk een identificatiebewijs? Ik had geen geld, dus had een uitkering nodig. En hoe moest ik de schulden van voor mijn straf oplossen? Het heeft twee jaar geduurd voor ik een eigen huisje had. Je kijkt zo lang uit naar het moment dat je vrijkomt, en je hoopt snel je leven weer op de rails te kunnen krijgen. In de gevangenis kan je je niet echt voorbereiden op je terugkeer, want je kan niet op internet en komt moeilijk in contact met instanties. Daarnaast wordt je wereld klein als je lang vastzit, alleen mijn schoonzus wilde helpen. Het schrikt mensen toch af als ze horen dat je ‘binnen’ hebt gezeten. Maar het is een deel van mijn leven, waar ik tegen iedereen open over ben. Ik heb geen moord gepleegd, dat scheelt. Ik snap dat je liever niet van de daken schreeuwt dat je iemand hebt neergeknald.”

“Het woord ‘gevangenis’ is een scheldwoord. Maar geloof me, schatje, de gevangenis is er voor iedereen. Niet alleen voor mannen met kale koppen en tattoos. Nee, de gevangenis is er voor vrouwen met Burberry-laarsjes tot aan junks. In al die jaren dat ik binnen heb gezeten heb ik alle soorten mensen voorbij zien komen. Iedereen is ertoe in staat iets ergs of iets fouts te doen. Mensen veranderen zodra er iets traumatisch gebeurt. Voor sommige mensen ligt die grens lager, maar iedereen is ertoe in staat. Daarmee wil ik overigens niks goed praten. Maar zeg nooit nooit. Dat is te makkelijk.”

“Weet je, je denk dat je straf erop zit, maar dan woon je ineens in een straat vol ongediplomeerde rechters. Het is menselijk om een oordeel over iemand te hebben, maar je mag me niet véroordelen. Als je vrijkomt, verdien je een tweede kans. Hoe moet iemand anders in vredesnaam ooit z’n leven beteren?”

“Nu werk ik bij Bonjo, een belangenorganisatie voor (ex-) gedetineerden. Ik geef onder andere voorlichting op scholen. Mijn leven voor mijn straf is niet te vergelijken met hoe het nu is. Met het milieu waar ik vroeger in zat, die onderwereld-shit, wil ik absoluut niet meer worden geassocieerd. Ik ben nu gelukkiger dan ooit te voren.”

Rick (60) zat meerdere malen, maar in totaal zo’n vijf jaar vast

“Het kostte mij een hoop tijd om me weer thuis te voelen in de maatschappij. In de gevangenis ben je altijd alert, is er altijd een spanningsveld en geluid. Dan kom je buiten, en kan je niet slapen omdat het stil is. Ik heb nog lang met de televisie aan geslapen. Dat doe ik nog steeds als ik gespannen ben. Het is dubbel; ik heb een trauma overgehouden aan veel geluid, maar geluid voelt voor mij ook juist veilig.”

“Binnen wordt er voor je gedacht, wordt alles voor je besloten. Op elke vraag die je stelt krijg je in het beste geval een ‘nee’ als antwoord. Het is overweldigend waar je eenmaal vrij allemaal aan moet denken. Je brein moet opnieuw opstarten.”

“Mensen denken dat de sfeer in de samenleving gespannen is, maar toen ik vrijkwam viel me op dat het in vergelijking met de bajes allemaal wel meevalt. Ook viel me op hoe vriendelijk mensen eigenlijk zijn. Ik ging naar de supermarkt, waar mensen naar me knikten, me gedag zeiden. Ik stapte een bus in, en de chauffeur lachte naar me. Nogal een contrast: in de gevangenis blaffen ze je alleen maar af. Dat zat me dwars, ik ben overgevoelig voor spanning. Ik ben vroeger thuis mishandeld, dus ik heb een soort antennes ontwikkeld. Als er een spanningsveld ontstaat, pik ik het feilloos op.”

“Vroeger was ik schuchter en trok ik me zoveel mogelijk terug. Ook heb ik nauwelijks scholing gehad. Ik heb geen goede start gemaakt en heb verkeerde dingen gedaan. Uiteindelijk heeft mijn straf me veel positiefs gebracht. Nu heb ik een baan waarin ik veel leer en wordt uitgedaagd. Ik kom van ver, en wil me nog veel verder ontwikkelen.”

“Straffen heeft wel zin, maar niet zoals het nu gebeurt. Je wordt niet begeleid in het reflecteren op je verleden. Je gaat als schoffie, zo groen als gras, de bajes in, en je komt er als professioneel crimineel uit. Tussen al die ouwe rotten die soms zelfs levenslang hebben doe je de nodige contacten op. Veel mensen worden van de gevangenis zo tegendraads dat ze later met plezier een beroep doen op die contacten.”

Wouter (52), zat een vol decennium vast

“Veel mensen die vrijkomen, duiken meteen de kroeg in en laten zich vollopen, maar daar had ik geen behoefte aan. In het verleden heb ik veel gezopen, maar dat ligt achter me. Ik verlangde eerder naar rust dan naar roes. Gelukkig vond ik snel een woning, dat maakt je leven natuurlijk stabieler.”

“Na je vrijlating ben je op jezelf aangewezen. Je wordt op straat gezet met je blauwe vuilniszak met de eigendommen die je nog hebt, en je zoekt het maar uit. Af en toe meld je je bij de reclassering, maar daar blijft het bij. Je hoopt dat je alles achter je kan laten en iets kan opbouwen en bijdragen, maar dat valt tegen. Met die vrijheid kan je kortom weinig.”

“Voor mijn gevoel was er niet eens zoveel veranderd in de maatschappij in die tien jaar dat ik vast heb gezeten. Natuurlijk was de techniek vooruit gegaan, waren de telefoons veranderd. Voor mijn straf was ik systeemspecialist, dus ik was al veel met die veranderingen bezig. Ik heb het ook zoveel mogelijk bijgehouden toen ik binnen zat. Toch heeft de techniek mijn kennis ingehaald, zodanig dat ik mijn werk als systeemspecialist niet meer kan uitvoeren.”

“Toen ik vast zat heb ik geprobeerd alles wat zich buiten afspeelde zoveel mogelijk te volgen. Ik ben veel televisie gaan kijken. Dat doen de meesten wel, maar die kijken de hele dag naar de pornokanalen. Ik keek de nieuws- en wetenschapsprogramma’s. Alles om maar bij te blijven. Ik weet niet of dat veel verschil heeft gemaakt hoor. Juist de dingen waarvan ik had verwacht moeite mee te hebben, vielen mee. Ik heb bijvoorbeeld niet erg moeten wennen aan de snelheid van de maatschappij. Waar ik wel tegenaan liep, is dat ik ook na mijn straf nog werd veroordeeld door alles en iedereen. Op het moment dat mensen weten dat je voor langere tijd binnen hebt gezeten, kijken ze je echt anders aan. Dat is niet raar, maar wel verschrikkelijk lastig. Een verzekering of bankrekening openen gaat niet. In die zin ervaarde ik het vrijkomen als een grotere straf dan het vastzitten. In de gevangenis mag je niks, maar weet je tenminste dat je niks mag.”

“Wat me opviel: de maatschappij was verhard, en verhardt nog steeds. Mensen worden steeds strenger aangekeken en aangepakt als ze vrijkomen, vooral door de gewone man op straat. Niet alleen ex-gedetineerden, maar ook andere groepen in de samenleving. Je ziet het op internetfora, op Facebook, op televisie en je leest het in de krant. Maar ja, ik heb mijn straf achter de rug, ik moest toch opnieuw beginnen. Ik heb geprobeerd snel een sociaal netwerk op te bouwen, maar heb uitgekeken wat ik tegen wie zei. In de buurt waar ik tijdens mijn proefperiode woonde, werd ik door niemand aangekeken. Toen ik daarna verhuisde, heb ik niemand meer verteld over mijn verleden.”

“Er is een leven voor mijn straf, en een leven erna. M’n hele oude omgeving, de drank, de middelen, heb ik allemaal achter me gelaten. Het enige wat ik soms nog doe wat niet mag, is door rood licht fietsen. Van alle mensen die ik vroeger kende, ga ik alleen nog om met mijn zus. Ik heb er bewust voor gekozen alles opnieuw op te bouwen, om niet het risico te lopen in oude patronen te vervallen. Op een paar mensen na, weet niemand wat mijn verleden is. De laatste maanden valt me dat zwaarder. Tien jaar is een groot deel van mijn leven, het is lastig het daar nooit over te hebben.”

“Wie weet dat ik over een tijdje toch aan mensen vertel hoe het nou zit. Maar dan heb ik ze wel de tijd gegeven me eerst te leren kennen, hopelijk scheelt dat. Kijk, de gevangenis is er voor iedereen. Iedereen kan in een situatie terechtkomen waardoor je uiteindelijk in de bajes beland. Maar dat is iets dat lastig tot mensen doordringt. Als het een keer zo uitkomt, vertel ik het en ben ik niet bang voor de reacties. Als je je tien jaar staande kan houden in de bak, lukt dat buiten ook wel.”

“Weet je wat me trouwens ontzettend meeviel? De prijs van boodschappen. Binnen kan je wel het een en ander kopen, maar betaal je de hoofdprijs. Daarnaast mag je maar vier uur per dag werken en verdien je 74 cent per uur. Daar betaal je ook dingen als televisie- en koelkasthuur van. Buiten had ik alsnog niet veel geld, maar voelde ik me in de supermarkt aangenaam rijk.”

Om privacyredenen zijn de namen Rick en Wouter gefingeerd. De namen van de geïnterviewden zijn bekend bij de redactie.

Headerillustratie: onze beeldbaas Hannah Vischer.